Eerste museum-bus wordt opgeknapt
Het Nationaal Bus Museum heeft 13-duizend euro gekregen van de voormalige personeelsvereniging van de GADO. Het geld is bedoeld voor de restauratie van de eerste museumbus, de GADO 4400. Die moet over twee jaar, bij het vijftigjarig bestaan, weer kunnen rijden.
Volgens directeur Rob Bezema is de gift een belangrijke steun.
Rob Bezema, directeur Busmuseum
Hoogezand – Het Nationaal Bus Museum heeft een schenking van 13.000 euro ontvangen van de voormalige personeelsvereniging van de GADO. De vereniging is onlangs ontbonden; bestuur en leden besloten het resterende bedrag te doneren aan het museum. Het geld is bestemd voor de restauratie van de zogeheten GADO 4400. „Dit is de eerste bus. Hier is het museum mee begonnen”, zegt directeur Rob Bezema.
Volgens Bezema werd de bus 48 jaar geleden voor 500 euro gekocht door vijf chauffeurs van de GADO. In de jaren daarna werd de collectie uitgebreid met meerdere bussen, die aanvankelijk stonden opgesteld in de remise van de GADO in Winschoten. De verzameling groeide uit tot het Noordelijk Bus Museum. Vanwege ruimtegebrek verhuisde de collectie in 2006 naar Hoogezand. Later kreeg het museum de huidige naam, omdat er inmiddels bussen uit het hele land worden verzameld.
Het museum wil de GADO 4400 over twee jaar, bij het vijftigjarig bestaan, weer rijklaar hebben. Monteurs krijgen de komende periode de tijd om onder meer de carrosserie en motor te restaureren. Volgens Bezema is de donatie daarbij een belangrijke steun. „Het geld is een welkome aanvulling om dit te realiseren.” Als er geld overblijft, wordt dat gebruikt voor de restauratie van andere bussen. Mocht het bedrag niet toereikend zijn, dan legt het museum zelf bij.