College wil meer grip op woonopgave
De gemeente Midden-Groningen wil de grote en complexe woonopgave aanpakken met een omgevingsprogramma Wonen. Dat moet één samenhangend uitvoeringskader worden voor prioriteiten, capaciteit en voortgang. Het programma bestaat uit drie sporen: volkshuisvesting, ruimtelijke keuzes en een plan van aanpak voor woningbouwprojecten.
Een programmamanager moet dan zorgen dat maatregelen in samenhang worden uitgevoerd.
Midden-Groningen – De gemeente wil meer grip krijgen op de woonopgave. Het college stelt daarom voor om te gaan werken met een zogenoemd Omgevingsprogramma Wonen. Dat moet één samenhangend kader worden waarin de gemeente vastlegt welke keuzes worden gemaakt, welke projecten prioriteit krijgen en hoe de uitvoering wordt aangestuurd.
Volgens het college is de woonopgave in Midden-Groningen omvangrijk en complex. Er spelen meerdere vraagstukken tegelijk: de behoefte aan voldoende woningen, de verdeling van woningtypen, de leefbaarheid in dorpen en wijken en de ruimtelijke inpassing van nieuwe plannen. Om die opgaven beter met elkaar te verbinden, wil de gemeente werken met een duidelijke programmatische aanpak.
Werken langs drie sporen
Het Omgevingsprogramma Wonen wordt uitgewerkt langs drie sporen. Het eerste spoor gaat over volkshuisvesting. Daarin legt de gemeente vast wat zij concreet wil doen om haar woondoelen te halen. Het tweede spoor richt zich op de ruimtelijke kant van de woningbouwopgave, zoals locaties, inrichting en samenhang met de omgeving. Het derde spoor bestaat uit een plan van aanpak voor de uitvoering van projecten.
Een belangrijk onderdeel van het voorstel is de inrichting van een programmaorganisatie. Die moet ervoor zorgen dat maatregelen niet los van elkaar worden uitgevoerd, maar in samenhang. Een programmamanager krijgt daarbij ambtelijk de regie. Die moet sturen op prioriteiten, beschikbare capaciteit en voortgang van projecten.
Versnippering voorkomen
Met het Omgevingsprogramma Wonen wil de gemeente voorkomen dat de uitvoering versnipperd raakt. Door doelen, maatregelen en projecten in één programma onder te brengen, moet duidelijker worden wat eerst moet gebeuren en waar de gemeentelijke inzet het hardst nodig is.
Het collegevoorstel wordt verder besproken binnen de gemeentelijke besluitvorming. Wanneer het programma definitief wordt vastgesteld, moet duidelijk worden welke concrete maatregelen en woningbouwprojecten de komende jaren voorrang krijgen.