Drukte in Westerbroek door wegafsluiting
Door de afsluiting van de N860 bij Westerbroek is het veel drukker in het dorp. Volgens de dorpsvereniging is het verkeer soms verdubbeld, doordat automobilisten moeten omrijden. Bewoners klagen over schade aan bermen door onder meer vrachtverkeer. Er zijn maatregelen genomen, zoals een snelheidsbord.
D66 heeft vragen gesteld aan het gemeentebestuur over de verkeersveiligheid en de aanpak van de overlast.
Westerbroek – Door de afsluiting van de N860 richting Westerbroek is het aanzienlijk drukker geworden in het dorp. Dat zegt Watze Koelmans van de dorpsvereniging Westerbroek. „Er is nogal veel verkeer”, aldus Koelmans. Hij schat dat het soms twee keer zo druk is als normaal. „Mensen die van de Industrieweg afkomen, zien dat ze niet verder kunnen en rijden dan door het dorp.”
Daarnaast reden de bussen eerst ook heen en weer maar nu één keer. ,,Je kunt in het dorp opstappen. De bus gaat terug over de Rijksweg”. Dit kan want de weg van Groningen richting Hoogezand is wel open. Volgens Koelmans zijn er ook klachten over schade aan de weg. „De bermen en randen van de weg worden kapotgereden, bijvoorbeeld doordat vrachtverkeer elkaar moet passeren.” Om automobilisten te wijzen op hun snelheid is er een zogenoemd ‘smileybord’ geplaatst. Koelmans zegt dat er contact is geweest met de provincie en dat er geprobeerd wordt om de overlast te beperken.
Politieke vragen
Naar aanleiding van de signalen heeft D66 vragen gesteld aan het college van burgemeester en wethouders. De partij wil onder meer weten of het college bekend is met de meldingen van toegenomen sluipverkeer en verkeersonveiligheid in Westerbroek, en welke mogelijkheden er zijn om op korte termijn maatregelen te nemen.
Ook vraagt D66 in hoeverre de gemeente vooraf betrokken is geweest bij de plannen en communicatie rond de wegafsluiting door de provincie. Daarbij wordt verwezen naar eerdere situaties, zoals in Kalkwijk in Hoogezand, waar de gemeente zich volgens de partij onvoldoende betrokken voelde.
Tot slot wil D66 weten wat het college kan doen om bij toekomstige provinciale werkzaamheden eerder en beter betrokken te zijn, zodat de belangen van dorpen beter worden meegenomen.