GR moet Economische Agenda Nij Begun sturen

Met de oprichting van een nieuwe gemeenschappelijke regeling moeten provincie Groningen en Noord-Drenthe de Economische Agenda van Nij Begun beter structureren. Jaarlijks moet 100 miljoen euro via samenwerking tussen overheden, bedrijven en kennisinstellingen worden ingezet.

De eerste uitvoeringsagenda 2026-2028 richt zich op technologie, talent en toerisme.

Wethouder Offereins - GR Economische Agenda (23 april 2026)

MIDDEN-GRONINGEN – De nieuwe Gemeenschappelijke Regeling (GR) Perspectief Groningen Noord-Drenthe moet structuur bieden aan de uitvoering van de Economische Agenda van Nij Begun. De raad wordt gevraagd om voor 1 juni 2026 in te stemmen. Daarnaast ligt er een eerste ontwerp uitvoeringsagenda 2026-2028.

Economische Agenda

De Economische Agenda is onderdeel van het programma Nij Begun en omvat voor een periode van dertig jaar een jaarlijkse investering van 100 miljoen euro in economische activiteiten in de provincie Groningen en Noord-Drenthe. Daarnaast is er een startbedrag van 250 miljoen euro. De eerste uitvoeringsagenda 2026-2028 spitst zich toe op drie thema’s: technologie, talent en toerisme.

De besteding van deze duizelingwekkende bedragen vraagt om goede samenwerking tussen verschillende overheden in de regio en borging van democratische legitimiteit. Hiervoor dient de Gemeenschappelijke Regeling (GR). Het bestuur van de GR bestaat uit de kroonbenoemde bestuurders. Dat zijn de burgemeesters, de dijkgraven en de commissaris van de Koning van de provincie Groningen. Het openbaar lichaam stelt met het meerjarig uitvoeringsplan (iedere vijf jaar) en met een jaarplan per jaar een uitvoeringsopdracht vast.

Daarnaast wordt er een stichting opgericht. De stichting heeft een zogenoemde triple helix-samenstelling. Dat betekent dat bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden samen vertegenwoordigd zijn. Elk draagt drie bestuursleden aan met expertise en gezag.

Zorgen over democratische borging

De deelnemende gemeenteraden hadden van begin januari tot begin maart de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen op de GR. Sommige zienswijzen hebben geleid tot aanpassingen, zoals de verlening van de termijn voor zienswijzen van 8 naar 12 weken of een sterkere nadruk op participatie. Maar niet alle zienswijzen zijn gehonoreerd en hier klonk frustratie over bij diverse fracties.

Fractievoorzitter Marieke Bos (BBB): ‘Door met een evaluatiecyclus van vijf jaar te werken in plaats van dit terug te brengen naar drie jaar, ontstaat het risico dat raden en staten lang buiten spel blijven.’

Fractievoorzitter Esmeralda Smith (D66): ‘Wij moeten constateren dat zienswijzen van raden maar beperkt leiden tot aanpassingen en dat belangrijke keuzes worden uitgesteld. Daarmee ontstaat het risico dat wij als raad vooral aan de voorkant betrokken lijken te zijn, maar tijdens de uitvoering onvoldoende zicht en invloed hebben op de besteding van de middelen.’

Raadslid Frank Zuur (VVD): Voor onze fractie draait het om drie dingen. Dat de middelen terecht komen bij de concrete projecten, ondernemers en werkgelegenheid en niet weglekken in ingewikkelde structuren. Dat de governance sober en transparant blijft met aandacht voor het laag houden en inzichtelijk maken van de overhead-kosten en dat wij als raad via onze zienswijzen, informatie en vertegenwoordiging in het algemeen bestuur daadwerkelijk aan de knoppen zitten.

Een belangrijk breekpunt in raad is de hoge geraamde overhead-kosten. Vanuit Midden-Groningen is er een specifieke zienswijze ingediend om deze kosten laag te houden en inzichtelijk te maken. Hoewel het verzoek werd beaamd wordt er vanuit het bestuur geen harde grens aan gekoppeld.

Over gemeentegrenzen heen denken.

Fractievoorzitter Niels Joostens (CU) gaf tegenwicht en pleitte ervoor om over gemeentegrenzen heen te denken: ‘We hebben een regionale werkgroep juist omdat we op dit belangrijke onderwerp als gemeenten gelijk willen optrekken. We doen het voor onze inwoners en in deze voorgestelde structuur komen we als regio sterker naar voren.’

Ook wethouder Offereins ziet voldoende mogelijkheden voor de raad om invloed uit te oefenen: ‘De GR komt elk jaar rond april met de jaarstukken richting alle raden die deelnemen en elke twee jaar komt er een uitvoeringsagenda waarop ook weer zienswijzen kunnen worden ingediend.’

Offereins is blij met regeling: ‘We zijn toe aan wat structuur in de Economische Agenda. Het gebrek aan structuur in de afgelopen twee jaar gaf bestuurlijk een stuk ongemak.’

Het raadsvoorstel is door als hamerstuk naar de raadsvergadering op 7 mei.