Zorgen blijven rond zonneparken
In Midden-Groningen lopen de plannen voor de zonneparken Siepweg en Geerlandweg verder op, maar zorgen blijven. Het college zegt dat de provincie de locatie Siepweg binnenkort alsnog vastlegt, terwijl Geerlandweg al groen licht heeft. Draagvlak uit de buurt telt mee, maar is niet beslissend.
Een proef met verticale panelen bij Geerlandweg is nog slechts een plan.
MIDDEN-GRONINGEN – De vragen van Gemeentebelangen Midden-Groningen (GBMG) over het zonnepark aan de Siepweg hebben geleid tot nieuwe duidelijkheid, maar ook tot nieuwe discussie. Het college beantwoordde onlangs de schriftelijke vragen van de GBMG-fractie over de stand van zaken rond de omstreden zonneparken Siepweg en Geerlandweg.
Siepweg nog steeds in procedure, ondanks ontbrekende provinciale begrenzing
Opvallend is dat de locatie Siepweg inmiddels ontbreekt op de provinciale geometrische begrenzingskaart. Volgens het college betekent dat echter niet dat de provincie de plek heeft laten vallen. De begrenzing wordt “in de komende wijzigingsronde” alsnog vastgesteld, omdat het project onder RES 1.0 valt. Pas daarna kan de omgevingsvergunning onder de Omgevingswet worden aangevraagd, naar verwachting begin 2026.
Dat roept vragen op: hoewel de provincie sinds 2025 zegt dat zonneparken op landbouwgrond zoveel mogelijk moeten worden voorkomen, vallen Siepweg en Geerlandweg onder bestaande RES-afspraken en vormen ze dus een uitzondering.
Geerlandweg: provincie geeft al groen licht
Voor Geerlandweg is de provinciale begrenzing wél vastgesteld. Het ontwerp en het landschappelijk inpassingsplan worden nu nog aangepast. De initiatiefnemer wil de vergunning naar verwachting eind 2025 aanvragen. Daarmee lopen de twee parken zichtbaar ongelijk op.
Draagvlak speelt beperkte rol
GBMG benadrukt dat er in de omgeving veel weerstand bestaat tegen de parken. Het college bevestigt dat draagvlak in het gemeentelijke beleid een belangrijk uitgangspunt is, maar onder de Omgevingswet geen formele weigeringsgrond. De gemeente spreekt van een “inspanningsverplichting”, geen resultaatsverplichting. Kritische geluiden uit de buurt kunnen dus wel worden betrokken, maar zijn niet doorslaggevend.
Volgens GBMG levert Midden-Groningen al ruimschoots zijn bijdrage aan de provinciale duurzaamheidsdoelen. Het college nuanceert dat beeld: de gemeente levert wel een forse bijdrage, maar heeft haar volledige RES-opgave nog niet binnen. Als projecten alsnog niet doorgaan zoals bij het zonnepark Noordbroek dreigt, wordt de resterende opgave zelfs groter.
Over mogelijke planschade is het college stellig: eventuele nadeelcompensatie (voorheen planschade) komt volledig voor rekening van de initiatiefnemer. Vergoedingen van meer dan € 100.000 per woning acht het college “zeer onwaarschijnlijk”, al verschillen de effecten per situatie. De gemeente zelf loopt volgens het college geen financieel risico, omdat er vooraf verhaalsafspraken worden gemaakt met de initiatiefnemer.
Alternatieven: ja, maar niet genoeg
GBMG vroeg opnieuw of er voldoende wordt gekeken naar alternatieven zoals zonnepanelen op daken, infrastructuur of agri-PV. Volgens het college blijft de zogeheten zonneladder leidend: eerst daken en verhardingen, dan restgronden en pas als laatste landbouwgrond. Toch vindt de gemeente aanvullende zonneparken op land nodig om de RES-afspraken te halen.
Bij het project Geerlandweg in Siddeburen is deels een pilot met verticale panelen (SolarMilk) voorzien, een vorm van agri-PV waarbij landbouw en energieopwekking worden gecombineerd. Het gaat hierbij nadrukkelijk om een voorgenomen proef binnen het ontwerp; de pilot kan pas starten als het plan is goedgekeurd en de vergunning is verleend.
Rol van de raad komt pas later
De gemeenteraad mag pas een bindend advies geven wanneer de vergunning daadwerkelijk is aangevraagd. Volgens het college hoort de raad bij het formele vergunningstraject, niet bij de eerdere planfasen. Daarmee is de politieke invloed vooral geconcentreerd aan het einde van de procedure.