Meer lokale inzet in laatste fase van RES
De rekenkamer concludeert dat de democratische kwaliteit van de RES in Midden-Groningen is afgenomen. Waar raad, inwoners en stakeholders in 2021 nog goed betrokken waren, nam die betrokkenheid later af.
Raadsfracties pleiten voor meer invloed van de raad en aandacht voor participatie bij de verdere uitvoering van de energiestrategie.
MIDDEN-GRONINGEN – Tijdens de raadscommissievergadering op 18 juni sprak de commissie over het rekenkamer-onderzoek naar de democratische kwaliteit van de Regionale Energiestrategie (RES). Volgens de rekenkamer is de democratische borging verzwakt door de jaren. De raad en het college willen in de laatste fase van de RES meer inzetten op kleinschalige en lokale initiatieven.
Democratische borging verzwakt
Volgens het onderzoek startte het proces in 2021 goed, waarbij de raad, stakeholders en bewoners goed werden meegenomen in de uitvoering van de RES 1.0-fase. Maar in de jaren daarna is deze gezamenlijkheid onder druk komen te staan. De raad kwam steeds verder op afstand en is niet actief betrokken geweest bij de voortgang naar RES 2.0. Daarnaast is het onduidelijk op welke manier de inbreng van inwoners en stakeholders is verwerkt in het beleid, aldus de rekenkamer. Het onderzoek maakte onderdeel uit van een regionaal onderzoek onder leiding van de Noordelijke Rekenkamer.

Lees ook: Democratische kwaliteit RES onvoldoende
Regionale Energiestrategieën
Naar aanleiding van het Klimaatakkoord in 2019 werden landelijk de Regionale Energiestrategieën (RES) opgesteld met als gezamenlijke doelstelling om in 2030 jaarlijks 35 TWh aan hernieuwbare elektriciteit op te wekken. Nederland werd verdeeld in 30 energieregio’s die in 2021 elk een bod deden om bij te dragen aan dit doel. De provincie Groningen (een van de energieregio’s) deed een bod van 5,7 TWh, waarvan gemeente Midden-Groningen 0,95 TWh voor haar rekening nam.
Het creëren van maatschappelijk draagvlak was een van de belangrijkste redenen om de energietransitie regionaal aan te pakken.

Raadscommissie
Diverse fracties uitten hun zorgen over de conclusies van de rekenkamer. Raadslid Hans Kruizenga (CU) stelde voor om een werkgroep te starten om in lijn met een aanbeveling van de rekenkamer de positie van de raad in het proces te bepalen. Fractievoorzitter Wesley Ferwerda (CDA) vroeg aandacht voor de rol van raad zelf. De rekenkamer stelt ook dat de raad haar positie onvoldoende heeft benut.
De fractie van PRO onderschreef het belang van de RES: ‘De crisis in de Straat van Hormuz maakt duidelijk hoe belangrijk het is om een regionale energiestrategie te hebben. Wij verwachten van het college dat zij als een betrouwbare overheid handelt en er alles op inzet om de gemaakte RES-afspraken na te komen.’ PRO stelt wel dat dit moet met kleinschalige en lokale initiatieven die gedragen worden door de omgeving. Wethouder Lutterop bevestigde dit.

De koerswijziging naar kleinschalige en lokale initiatieven werd vastgelegd door de vorige raad met het aannemen van het nieuwe zonneparkenbeleid in 2023.