Boete bij viswedstrijd krijgt politiek staartje
Een boete voor een vrijwilliger tijdens een viswedstrijd bij de Gorechtvijver in Hoogezand krijgt een politiek vervolg. Gemeentebelangen heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college. Raadslid Jan Hulzebos vindt dat handhaving te weinig oog heeft gehad voor de ouderen en mensen met een beperking die aan de wedstrijden deelnemen.
Hij vraagt onder meer om uitleg over de werkwijze van handhaving en de menselijke maat.
Hoogezand – De bekeuring van een vrijwilliger tijdens een viswedstrijd van de POSO bij de Gorechtvijver in Hoogezand leidt tot schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen. Raadslid Jan Hulzebos van Gemeentebelangen Midden-Groningen vindt dat de gemeentelijke handhaving in dit geval te weinig oog heeft gehad voor de doelgroep en de omstandigheden.
Volgens de POSO is de vrijwilliger tijdens de viswedstrijd bekeurd door vier gemeentelijke handhavers. Deelnemers aan de wedstrijden parkeren hun auto volgens de organisatie zo dicht mogelijk bij de vijver, omdat veel van hen op leeftijd zijn en lichamelijke klachten hebben. RTV Midden-Groningen schreef eerder al over de onvrede bij POSO over de boete.
In de schriftelijke vragen van Gemeentebelangen staat dat POSO samen met visvereniging Foxhol al meer dan dertig jaar viswedstrijden voor ouderen en mensen met een beperking bij de Gorechtvijver organiseert. Volgens de partij werd het dichtbij parkeren in eerdere jaren gedoogd.
Niet eerder meegemaakt
Hulzebos zegt dat hij in de meer dan dertig jaar dat de viswedstrijden worden gehouden een dergelijke situatie niet eerder heeft meegemaakt. „Dit heb ik nog nooit eerder beleefd”, zegt hij. Volgens het raadslid is de viswedstrijd juist een ontmoeting voor ouderen en vraagt die doelgroep soms om extra ondersteuning.
„Ik vind het erg dat een vrijwilliger door vier mensen van handhaving is bekeurd”, zegt Hulzebos. Hij heeft de betreffende vrijwilliger niet gesproken, maar kent hem wel. Volgens het raadslid bestaat het risico dat vrijwilligers door dergelijke situaties afhaken. „We hebben al geen vrijwilligers over in de gemeente. Je moet zorgen dat je ze goed behandelt en behoudt.”
Hulzebos vraagt zich daarnaast af of de regels in deze situatie niet minder strikt hadden kunnen worden toegepast. Hij wijst erop dat tijdens evenementen, zoals de Dag van het Park, volgens hem ook auto’s tijdelijk op het gras staan. Ook vraagt hij zich af hoeveel schade het parkeren in deze situatie daadwerkelijk aan het gras heeft veroorzaakt.
Dat betekent volgens Hulzebos niet dat regels niet moeten worden gehandhaafd. „Ik begrijp dat je soms streng moet zijn. Maar soms denk ik: strijk even met de hand over je hart. Het gaat erom hoe je ermee omgaat. Wil je streng zijn of menselijk? Ik kies voor dat laatste.”
Een waarschuwing was volgens hem in dit geval voldoende geweest. Hij hoopt dat de bekeuring wordt geseponeerd en dat de vrijwilliger bij een volgende viswedstrijd weer van de partij is.
Vragen over aansturing handhaving
Hulzebos wil van het college onder meer weten wie verantwoordelijk is voor de aansturing van de gemeentelijke handhaving en hoe het kan dat bij de bekeuring vier handhavers betrokken waren. Ook vraagt hij of het college vindt dat ouderen en mensen met een beperking door de handelwijze van handhaving zijn benadeeld.
Daarnaast wil hij weten of de kwestie het in de toekomst moeilijker kan maken om vrijwilligers te vinden. Hulzebos koppelt dat aan het gemeentelijke ouderenbeleid en vraagt het college hoe dat beleid kan worden uitgevoerd als er minder vrijwilligers beschikbaar zijn. Ook wil hij weten hoe vrijwilligers behouden of teruggewonnen kunnen worden.
Hulzebos vraagt verder of de werkwijze van Handhaving wordt geëvalueerd en, als dat zo is, hoe vaak dat gebeurt en wat daarvan de resultaten zijn. Hij verwijst daarbij naar eerdere situaties waarin de gemeentelijke handhaving volgens hem negatief in het nieuws kwam, onder meer rond de Koningsmarkt en het uitlaten van honden in het Gorechtpark.
Volgens het raadslid ontbreekt bij handhaving soms de menselijke maat. „De letter van de wet moet toegepast worden, aan de geest gaat men veelal voorbij”, schrijft Hulzebos in zijn vragen. Hij wil van het college weten of het die zienswijze deelt.
De schriftelijke vragen zijn op 26 augustus ingediend. Het college heeft de vragen nog niet beantwoord.