Dorpen klagen: ‘We horen niets terug’
Vrijwilligers van dorpshuizen en verenigingen in Midden-Groningen krijgen volgens D66 te weinig en te late terugkoppeling van de gemeente. De partij trekt aan de bel na gesprekken in dorpen en stelt schriftelijke vragen aan het college. Daarbij gaat het om communicatie, het mandaat van gebiedsregisseurs en de ondersteuning van vrijwilligers.
Het college krijgt maximaal 30 dagen om met een reactie te komen.
HOOGEZAND – Vrijwilligers van dorpshuizen en verenigingen in Midden-Groningen voelen zich onvoldoende geïnformeerd door de gemeente. Dat blijkt uit gesprekken die de fractie van D66 voerde in verschillende dorpen. De partij heeft daarom schriftelijke vragen gesteld aan het college.
Volgens D66 ervaren vrijwilligers dat zij zelf achter informatie aan moeten. Vragen en acties die worden uitgezet bij een gebiedsregisseur leiden niet altijd tot tijdige of duidelijke terugkoppeling.
De partij noemt dat zorgelijk. Gebiedsregisseurs zijn juist bedoeld om de verbinding tussen gemeente en inwoners te versterken. “Die rol kan alleen goed functioneren als communicatie structureel op orde is,” stelt de fractie.
Zorgen over rol gebiedsregisseur
D66 wil weten of het college de signalen herkent en wat er wordt gedaan om de communicatie te verbeteren. Ook vraagt de partij om duidelijkheid over het mandaat van gebiedsregisseurs. Dat moet volgens D66 niet afhankelijk zijn van individuele invulling, maar goed geregeld zijn binnen de organisatie.
Daarnaast wijst de fractie op de druk op vrijwilligers. Zij worden vaak betrokken bij plannen en visies, maar krijgen niet altijd voldoende ondersteuning. D66 vraagt of gebiedsregisseurs hierin een actievere rol kunnen spelen, bijvoorbeeld bij het begeleiden van processen of het omgaan met tegengestelde belangen in dorpen. Het college moet de vragen binnen 30 dagen beantwoorden. De uitkomst kan invloed hebben op de samenwerking met dorpshuizen en verenigingen.