Raad: ‘Economische Agenda ook voor MKB’
Op 4 juni deelde de raad de zienswijze op de eerste uitvoeringsagenda van de Economische Agenda voor de periode 2026-2028. De raad wil bovenal borgen dat de middelen de samenleving in brede zin ten goede komen en vraagt aandacht voor investeringen in het midden- en kleinbedrijf (MKB) en het middelbaar beroepsonderwijs (MBO).
Daarnaast vraagt de raad om borging van de rol van raden en staten in de uitvoering.
MIDDEN-GRONINGEN – Op 4 juni deelde de gemeenteraad de zienswijze op het eerste meerjarige uitvoeringsprogramma van de Economische Agenda, dat na de zomer van start gaat. Het programma richt zich onder andere op technologie, talent en toerisme voor de periode 2026-2028.
De raad wil vooral dat het programma de samenleving in brede zin ten goede komt. Volgens de raad is het belangrijk dat ook het midden- en kleinbedrijf (MKB) en het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) profiteren van de investeringsagenda. ‘Het MKB vormt de ruggengraat van de regionale economie en is een belangrijke aanjager van innovatie, werkgelegenheid en brede welvaart.’
Aandacht voor MKB en MBO
De raad formuleert vijf aandachtspunten in de zienswijze. Als eerste vraagt de raad om een goede borging van de rol van volksvertegenwoordigers in het uitvoeringsproces, door middel van duidelijke criteria voor de selectie van projecten, tussentijdse en tijdige betrokkenheid van volksvertegenwoordigers en verantwoording achteraf.
‘Dertig jaar lang investeren in de toekomst van Groningen en Noord-Drenthe vraagt om transparantie en verantwoording richting raadsleden.’
Daarnaast vraagt de raad aandacht voor het MKB. ‘Hoewel in het uitvoeringsplan ondersteuning van kleine ondernemers wordt benadrukt, zien wij dat de focus nu met name ligt op grotere initiatieven. Wij maken ons zorgen over de concentratie van investeringen rond hubs, het werken met een triple helix en de gevraagde cofinanciering het zullen bemoeilijken voor het mkb om te profiteren van de effecten van de Economische Agenda.’
Volgens de raad wordt er te veel naar Eindhoven gekeken, waar de synergie tussen overheid, onderwijs en industrie (triple helix) op hoog niveau vorm krijgt. ‘Hoewel er geleerd kan worden van Eindhoven, is de vergelijking scheef. Groningen is een aanzienlijk minder kapitaalkrachtige regio.’
Daarnaast vindt de raad dat de rol van het MBO onvoldoende is verankerd in de uitvoeringsagenda. ‘De regio kent van oorsprong een grote maakindustrie, en de beroepsbevolking in Noord-Nederland bestaat uit bovengemiddeld veel mensen met een mbo-achtergrond. Gezien de grote vraag naar praktisch opgeleide vakmensen in sectoren als techniek, energie, zorg en logistiek is een versterkte focus op het mbo noodzakelijk om de uitvoerbaarheid en effectiviteit van de agenda te borgen.’
In lijn met aandacht voor het MKB en MBO vraagt de raad ook aandacht voor de risico’s van kunstmatige intelligentie (AI) voor praktisch geschoold werk. Volgens de raad moet technologische ontwikkeling de samenleving in brede zin ten goede komen en niet leiden tot een tweedeling tussen hoogopgeleiden en praktisch geschoolden. De raad vraagt specifiek aandacht voor de inzet van de aanstaande AI-fabriek in Groningen voor het MKB in de regio.
Randvoorwaarden
Aanvullend vraagt de raad aandacht voor enkele randvoorwaarden, waaronder een integrale benadering met ook aandacht voor sociale vraagstukken, het behouden van jong talent in de regio, wat vraagt om inspanningen om het leefgebied in brede zin aantrekkelijk te houden en vooral aan te sluiten op organisaties en initiatieven die al bestaan met aandacht voor het verschil tussen stad en ommeland.
Economische Agenda
Na de zomer start het eerste meerjarige uitvoeringsprogramma van de Economische Agenda voor de periode 2026-2028. Daarna worden de uitvoeringsprogramma’s per vijf jaar vastgesteld, waarbij jaarlijks de voortgang wordt gemonitord.
De Economische Agenda maakt onderdeel uit van het programma Nij Begun en investeert voor dertig jaar lang jaarlijks gemiddeld 100 miljoen euro in de regio Groningen en Noord-Drenthe. Daarnaast is er een startkapitaal van 250 miljoen euro. Parallel loopt de Sociale Agenda die voor dezelfde periode gelijke bedragen investeert in sociale initiatieven. De doelstelling is om de brede welvaart in Groningen en Noord-Drenthe binnen een generatie op het landelijk gemiddelde te brengen.
De middelen worden niet zomaar verdeeld over de regio. Projecten moeten aantoonbaar bijdragen aan de economische versterking van Groningen en Noord-Drenthe en worden beoordeeld aan de hand van een afwegingskader. Om dit proces in goede banen te leiden is een Gemeenschappelijke Regeling (GR) en een stichting opgericht.
Lees ook: GR moet Economische Agenda sturen

Zorgen over verdeling
Over de uitvoering leven wel zorgen in de raad, bovenal dat de investeringen vooral ten goede komen aan de grote partijen en minder aan de samenleving in brede zin.
Zo zullen de middelen vanuit de Economische Agenda vaak in de vorm van leningen en co-financieringen beschikbaar worden gesteld. Dit kan een drempel vormen voor lokale overheden, omdat het eigen investeringen en capaciteit vergt. Een andere uitdaging die de gemeente benoemt is het feit dat veel bedrijven in de regio buitenlandse aandeelhouders hebben, waardoor het risico ontstaat dat geld dat hier wordt geïnvesteerd uiteindelijk wegvloeit naar het buitenland.
Volgens de gemeente is Midden-Groningen goed gepositioneerd op een aantal thema’s, maar is er wel sprake van een sterke lobby vanuit industrie, organisaties en instituten.
Lees ook: Raad deelt zienswijze op Economische Agenda