Gemeente wil ruis rond sportvelden verminderen

De gemeente Midden-Groningen herkent zich niet in het beeld dat het onderhoud van buitensportaccommodaties tekortschiet. Volgens het college worden de velden onderhouden volgens de vastgestelde plannen. Wel hebben verenigingen soms andere verwachtingen over de frequentie en uitvoering. Daarom komen er twee vaste overlegmomenten per jaar met terreinmeesters en onderhoudsgroepen van voetbalverenigingen.

Beregening blijft zaak van de gemeente.

VV Hoogezand

Velden vv Hoogezand

Midden- Groningen – De gemeente Midden-Groningen herkent zich niet in het beeld dat afspraken over het onderhoud van buitensportaccommodaties niet worden nagekomen. Volgens het college worden de sportvelden onderhouden volgens de vastgestelde plannen en de afspraken die zijn gemaakt bij de harmonisatie van de buitensportaccommodaties. Wel erkent de gemeente dat verenigingen soms andere verwachtingen hebben over de frequentie en uitvoering van het onderhoud.

De fractie van GemeenteBelangen Midden-Groningen stelde op 1 juni schriftelijke vragen over het onderhoud van de buitensportaccommodaties. De vragen gingen onder meer over de staat van de sportvelden, de beregening en de reparatie van twee penaltystippen op een kunstgrasveld.

Volgens het college is het onderhoud niet uitgebleven. Werkzaamheden zoals rollen, beregenen, doorzaaien en onkruidbestrijding worden uitgevoerd volgens een beheer- en onderhoudsprogramma.

De gemeente stelt dat daarbij keuzes worden gemaakt die zijn gericht op duurzaam beheer van de sportvelden. De onduidelijkheid ontstaat volgens het college vooral doordat verenigingen soms andere verwachtingen hebben van de manier waarop en de frequentie waarmee het onderhoud wordt uitgevoerd.

Meer uitleg aan verenigingen

De gemeente erkent dat de achterliggende beleidskeuzes en de planning van de werkzaamheden beter kunnen worden toegelicht aan terreinmeesters en onderhoudsgroepen van de verenigingen.

Daarom wil de gemeente voortaan twee keer per jaar een bijeenkomst organiseren met vertegenwoordigers van de voetbalverenigingen: aan het begin van het voetbalseizoen en na de winterstop.

Tijdens deze bijeenkomsten worden de onderhoudsplanning, de frequentie en de uitvoering van de werkzaamheden besproken. Ook krijgen de verenigingen de gelegenheid om ervaringen uit te wisselen en vragen te stellen.

De gemeente verwacht dat hierdoor de wederzijdse verwachtingen beter op elkaar worden afgestemd.

Verenigingen bedienen beregening niet zelf

GemeenteBelangen vroeg ook waarom sommige verenigingen een sleutel zouden hebben om zelf de beregeningsinstallatie te bedienen.

Volgens het college klopt die veronderstelling niet. Verenigingen beschikken niet over een sleutel waarmee zij zelfstandig de beregening kunnen inschakelen.

Sommige verenigingen hebben wel een sleutel van de pompkast, maar daarmee kan de beregeningsinstallatie niet worden bediend.

De beregening blijft onderdeel van het gemeentelijke beheer. Wanneer de velden worden beregend, wordt volgens het college bepaald aan de hand van onderhoudsafwegingen en de weersomstandigheden.

Penaltystippen niet voor speelweekend hersteld

Ook werd gevraagd waarom twee losse penaltystippen op een kunstgrasveld niet tijdig waren vervangen.

Volgens de gemeente kon de onderhoudsaannemer de reparatie niet op zeer korte termijn en voor het betreffende speelweekend uitvoeren. De gemeente heeft de herstelwerkzaamheden daarom op de eerstvolgende werkdag zelf uitgevoerd.

Het college zegt te betreuren dat de situatie tot hinder heeft geleid.

Conclusie

De gemeente houdt vast aan het standpunt dat het onderhoud volgens de bestaande afspraken en onderhoudsplannen wordt uitgevoerd.

Het college ziet de oorzaak van de kritiek vooral in verschillende verwachtingen tussen de gemeente en de sportverenigingen. De gemeente kondigt daarom geen verandering van het onderhoudsbeleid aan, maar kiest voor meer uitleg en structureel overleg.

Met twee vaste bijeenkomsten per jaar wil de gemeente duidelijker maken wanneer werkzaamheden worden uitgevoerd en welke keuzes daarbij worden gemaakt. Of die aanpak de onduidelijkheid bij de verenigingen wegneemt, zal in de praktijk moeten blijken.