Inkoop jeugdzorg gaat op de kop
De gemeente Midden-Groningen hervormt de jeugdzorg: minder aanbieders, geen open house model meer en minder productgerichte trajecten. Basishulp wordt lokaal georganiseerd, aanvullende hulp regionaal met Groningen, hoog-specialistische zorg blijft regionaal tot 2030. De focus ligt op integrale en kwalitatieve ondersteuning.
Op het Aletta Jacobs College start per maart een pilot.
MIDDEN-GRONINGEN – De inkoop van de jeugdzorg gaat op de kop. Het huidige systeem is te complex, versnipperd en duur. Het inkoopbeleid speelt hierin een belangrijke rol. Gemeenten willen daarom anders gaan inkopen: Geen open house constructie meer, minder zorgaanbieders en een meer kwalitatieve en integrale aanpak.
De transformatie speelt landelijk en betekent een flinke koerswijziging in de komende jaren. De inkoop van de jeugdzorg zal stapsgewijs worden gewijzigd, verdeeld over drie segmenten: basishulp, aanvullende hulp en hoog-specialistische hulp. De gemeente Midden-Groningen trekt samen op met gemeente Groningen voor de aanvullende hulp en start hiervoor in maart een pilot op het Aletta Jacobs College.
Inkoop in segmenten
De jeugdzorg wordt opgedeeld in drie segmenten: 1. de basishulp, 2. de aanvullende jeugdhulp en 3. de hoog-specialistische hulp. Bij basishulp gaat het om praktische gezinsondersteuning, lichte gedragsproblematiek op school of preventieve interventies door wijkteams. Bij aanvullende hulp gaat het om meer gespecialiseerde gezinsondersteuning, GGZ-behandelingen of bepaalde diagnostiek. Bij hoog-specialistische hulp gaat het om klinische opnames, intensieve traumabehandelingen of ernstige gedragsproblematiek. Dit laatste betreft een kleine doelgroep.
De gemeente besteedde in 2025 ruim 40 miljoen euro aan de jeugdzorg. De zorg wordt tot op heden ingekocht via de Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten (RIGG), waarbij alle tien Groninger gemeenten zijn aangesloten.
Minder aanbieders
Een belangrijke doelstelling is het werken met minder aanbieders. In Midden-Groningen maken een kleine tweeduizend jongeren gebruik van jeugdzorg. Dit betreft ruim 15% van de jongeren tot achttien jaar in de gemeente. Daar tegenover staan zo’n 171 zorgaanbieders.
Dat er zoveel aanbieders zijn heeft te maken met het Open House model dat sinds 2015 is geïntroduceerd: de gemeente zet opdrachten uit met voorwaarden en vastgestelde tarieven. Marktpartijen kunnen zich melden. Zij die aan de voorwaarden voldoen krijgen een contract. Verwijzers kunnen dan kiezen uit een selectie van deze aanbieders. Het model bood eenvoud en gaf veel keuzevrijheid, maar heeft ook geleid tot een versnipperd zorglandschap met weinig sturing en productgerichte trajecten. Er is hier onvrede over ontstaan en het roer gaat dus om. De gemeente wil minder aanbieders, ruimte om integraal samen te werken en meer sturen op kwalitatieve doelstellingen.
Basishulp
De basishulp wordt lokaal georganiseerd in samenwerking met Kwartier Zorg en Welzijn. Het wordt een ‘algemene voorziening’ vanuit Kwartier. De transformatie is al ingezet en moet per januari 2028 zijn voltooid (mogelijk eerder). In de tussentijd blijft het open house model van kracht.
De impact van de transformatie is voor sommigen groot. Het betekent namelijk voor zo’n 80 kleine zorgaanbieders dat zij niet langer actief deelnemen aan de basishulp jeugdzorg in de gemeente. De gemeente noemt dit zelf ook een ‘spannende ontwikkeling’.
Aanvullende hulp
Bij de aanbesteding van aanvullende hulp trekt de gemeente Midden-Groningen samen op met de gemeente Groningen. De verandering van het inkoopbeleid moet eveneens rond zijn per januari 2028. Volgens de gemeente zal de verschuiving in dit segment minder groot zijn, omdat vijf grote aanbieders al de bulk van het aanbod leveren.
Pilot Aletta Jacobs College
De gemeente wil toe naar meer integrale ondersteuning. Daarom wordt er binnen de aanvullende hulp vanaf maart een pilot gestart op het Aletta Jacobs College. De bedoeling is om de verbinding tussen de jeugdzorg, het gezin en het onderwijs te versterken. De gemeente, de school, Kwartier en de zorgaanbieder stellen samen een team op dat dagelijks op school aanwezig is om problematiek te ondervangen. Volgens de gemeente is het een langgekoesterde wens om onderwijs en jeugdzorg beter op elkaar af te stemmen. De pilot zal een jaar duren. Ook in Groningen worden twee pilots georganiseerd.
Circa 200 leerlingen van de 1200 leerlingen op het Aletta Jacobs College maken gebruik van een vorm van jeugdzorg. De ontwikkelkosten van pilot bedragen 275 duizend euro. Hiervan wordt 175 duizend gedekt vanuit de onlangs ingestelde reserve Jeugd (ruim 3 miljoen euro vanuit de commissie Van Ark) en wordt 100 duizend euro gedekt vanuit gereserveerde middelen vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA). Uitvoeringskosten vallen onder het reguliere budget.
Hoog-specialistische hulp
De aanbesteding van de hoog-specialistische hulp loopt nog tot 2030. Het doel is een regionale inkoopstrategie met een beperkt aantal gespecialiseerde aanbieders en een sterke ketensamenwerking.
Motie Groenlinks-PvdA
Tijdens de raadsvergadering op 5 maart dienden Groenlinks-PvdA, de SP, D66 en Gemeentebelangen een motie in op de pilot. De fracties vroegen aandacht voor leerlingen uit Midden-Groningen die buiten de gemeente naar school gaan, zoals Groningen of Veendam. Dit kan de toegang tot jeugdzorg, die binnen de eigen gemeente geregeld moet worden, bemoeilijken. Het college reageerde positief op de motie en geeft aan dit specifieke punt mee te nemen in de pilot.
Identiteitsgebonden zorg
De ChristenUnie vroeg aandacht voor identiteitsgebonden zorg. Volgens de fractie is belangrijk dat mensen keuzevrijheid ervaren. ‘Een gevoel van autonomie en mede-zeggenschap helpt bij stress en depressie en zorgt ervoor dat de hulp ook echt gedragen wordt door de ontvanger.’ Ook hierop reageerde het college positief. Wethouder Offereins wees op het Persoonsgebonden Budget dat ruimte moet blijven bieden voor deze keuzevrijheid.
Lees ook: Gemeente verscherpt toezicht op zorgfraude